Disznókő
Disznókő is een van de meest iconische en historische landgoederen in de Tokaj-regio. De naam betekent “Varkenssteen”, een verwijzing naar een rots die de grenzen van het landgoed markeert.
Het wijnhuis richt zich op het creëren van terroir-gedreven, zuivere wijnen, zowel zoete Aszú als de droge Furmint, en heeft een leidende rol gespeeld in de herwaardering van droge wijnen uit Tokaj. Niet voor niets wordt Tokaji al eeuwenlang geprezen als “The wine of kings and the king of wines.”
Tokaj
Hongarije heeft een rijke wijngeschiedenis, en de Tokaj-regio (Tokaj-Hegyalja) is de oudste geclassificeerde wijnregio ter wereld (sinds de vroege 18e eeuw). De regio ligt in het noordoosten van Hongarije, op vulkanische hellingen (o.a. graniet, rhyoliet en zeoliet bodems) die worden beïnvloed door de rivieren Bodrog en Tisza.
Hoewel Tokaj wereldberoemd is om zijn zoete, met edele rot geïnfecteerde Aszú-wijnen, zijn de droge wijnen, zoals de Dry Furmint, in de afgelopen decennia enorm in kwaliteit en populariteit gestegen.
Furmint
De Furmint is de belangrijkste en meest nobele druif van Tokaj. Hij staat bekend om zijn uitzonderlijk hoge natuurlijke zuurgraad en zijn vermogen om terroir en complexiteit uit te drukken. Furmint wordt gebruikt voor de beroemde zoete Aszú-wijnen (waar hij de basis vormt voor edele rot), zoals deze Disznoko Tokaji 5 Puttonyos.
Disznoko Tokaji Dry Furmint is een droge Furmint. Deze wijn biedt een unieke combinatie van strakke zuren, mineraliteit en een fruitig en bloemig profiel, met een uitstekende verouderingspotentieel. De druif wordt beschouwd als de witte tegenhanger van de grote rode druiven in zijn vermogen om terroir over te brengen.
Vinificatie
De Tokaji Aszú is met recht het kroonjuweel van Hongarije, en de 2019 jaargang van Disznókő is hiervan een prachtig voorbeeld. Deze complexe dessertwijn is volledig gecreëerd uit Furmint-druiven die door edele rotting (botrytis) zijn aangetast, en vervolgens geweekt in een blend van Furmint en Hárslevelű.
Het jaar 2019 was bijzonder gunstig: een vroege rijping werd gevolgd door een ideale herfst. De druiven werden met de hand en in meerdere rondes geplukt, waarna ze met uiterste zorg werden verwerkt. Een deel van de bessen werd zacht gekneusd en geweekt in wijn, terwijl het andere deel een schilweking onderging in gistende most.
De fermentatie vond plaats in zowel roestvrijstalen tanks als kleine houten vaten, waarna de wijn twee jaar lang rijpte op eikenhout om zijn kenmerkende diepte en karakter te ontwikkelen.


